Programma's Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo Les Muffatti - Foto: Stéphane Puopolo  

 

ONTHAAL

AGENDA

HET ORKEST

CDS

PROGRAMMA'S

PERS

ONLINE WINKEL

FOTO'S

STEUNCOMITÉ

LINKS

PROFESSIONEEL
GEBRUIK

CONTACT

 

 

1. Van Fairest Isle tot Rule, Britannia! Engelse Barokmuziek van Engelse Componisten (seizoen 2009)

2. Händel in Rome — Muziek voor de accademie musicali van de Kardinalen Pamphili en Ottoboni (seizoen 2009)

3. Giuseppe SAMMARTINI — Concerti grossi, solo concerto's, ouvertures (seizoen 2009)

4. Corelli transalpino (seizoen 2010)

5. Giovanni Battista PERGOLESI (seizoen 2010)

6. Familie Bach Suites, concerto's en symfonieën voor strijkers (seizoen 2010)

7. Antonio VIVALDI, Gloria e Imeneo (seizoen 2011)



Van Fairest Isle tot Rule, Britannia!
Engelse Barokmuziek van Engelse Componisten

Op het programma
Werken van Matthew LOCKE
  Henry PURCELL
  John STANLEY
  Charles AVISON
  Thomas Augustine ARNE

Bezetting
2 hoorns, 3 hobo's, fagot,
strijkers en basso continuo (21 musici).

Duur van het programma
Dit programma kan uitgevoerd worden in één of twee delen. De duur van het programma kan bepaald worden in samenspraak met de organisator.


Het pad van de Engelse Barokcomponist was bezaaid met talrijke obstakels, die voornamelijk gecreëerd werden door de voortdurend wisselende politieke en sociale omstandigheden: eerst was er de complete lamlegging van het publieke muziekleven tijdens de Commonwealth (1649-1660), dan de plotse en gedwongen introductie van de Franse stijl tijdens de Restauratie (1660-1690), vervolgens de gestadig groeiende populariteit van de Italiaanse stijl (1690-1710), en tenslotte de absolute suprematie in het Engelse muziekleven van Italiaanse muziek en uitvoerders (1710-1740).
Hoeveel temeer, in deze omstandigheden, blijkt dan niet het grote meesterschap van componisten als Matthew LOCKE, die een evenwicht vond tussen oude Engelse en moderne Franse tradities en praktijken; Henry PURCELL, die een typisch Engelse sound bereikte via het aansluiten bij lokale dans- en liedvormen; John STANLEY, die de Italiaanse stijl blijkbaar beter beheerste dan vele Italianen; Charles AVISON, die grote vindingrijkheid demonstreerde met zijn originele arrangementen; en Thomas Augustine ARNE, die als vernieuwer tijdens de overgangsperiode van Barok naar Klassiek niet moest onderdoen voor vele van zijn beroemdere tijdgenoten op het vasteland. Het waren deze componisten die destijds de Engelse nationale trots uitmaakten en er tot op vandaag blijven voor zorgen dat de geschiedenis van de Engelse Barokmuziek niet herleid wordt tot Händel en zijn Italiaanse tijdgenoten.


Händel in Rome
Muziek voor de accademie musicali van de Kardinalen Pamphili en Ottoboni

Op het programma
Werken van Georg Friedrich HÄNDEL
  Giuseppe VALENTINI
  Arcangelo CORELLI

Bezetting
Sopraan,
2 hobo's, blokfluit,
strijkers en basso continuo (19 musici).

Duur van het programma
Dit programma kan uitgevoerd worden in één of twee delen. De duur van het programma kan bepaald worden in samenspraak met de organisator.


Tijdens zijn verblijf te Rome (1706-1709) werkte HÄNDEL voor meerdere opdrachtgevers: kardinaal Carlo Colonna, voor wie hij vooral kerkmuziek schreef, Prins Francesco Maria Ruspoli, bij wie hij kapelmeester was, en de kardinalen Benedetto Pamphili en Pietro Ottoboni, voor wie hij vooral cantates componeerde die werden uitgevoerd op de wekelijkse huisconcerten, accademie of conversazioni genoemd, die ze aan hun respectievelijke hoven organiseerden. Beide kardinalen waren ook actief als librettist en hebben dan ook ettelijke teksten voor opera's, oratoria en cantates op hun naam staan.
Met dit programma willen Les Muffatti de atmosfeer van deze huisconcerten terug oproepen, al werd hierbij gekozen voor de reconstructie van een destijds waarschijnlijk eerder uitzonderlijke gelegenheid waarop genoeg uitvoerders aanwezig waren om een orkest samen te stellen. Centraal staan de cantates Delirio amorso, op een libretto van Pamphili en Ero e Leandro, voor de welke Ottoboni de vermoedelijke tekstschrijver is. Het programma wordt verder aangevuld met enkele concerti grossi van de twee componisten die rond die tijd te Rome de plak zwaaiden binnen het domein van de orkestmuziek: Arcangelo CORELLI en Giuseppe VALENTINI.


Giuseppe SAMMARTINI (1695-1750)
Concerti grossi, solo concerto's, ouvertures

Op het programma
Werken van Giuseppe SAMMARTINI

Bezetting
2 hoorns, 2 hobo's, fagot,
strijkers en basso continuo (23 musici).

Duur van het programma
Dit programma kan uitgevoerd worden in één of twee delen. De duur van het programma kan bepaald worden in samenspraak met de organisator.


Giuseppe SAMMARTINI (1695-1750) vormt in menig opzicht een uitzondering in het rijtje van Italiaanse meesters die besloten om zich te Londen te vestigen en daar een carrière uit te bouwen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Geminiani en Castrucci was SAMMARTINI afkomstig uit Noord Italië (Milaan), was hij een stuk jonger dan zijn collega's, was hij geen violist maar hoboïst, had hij niet bij Corelli gestudeerd, en kwam hij pas veel later, in 1728, naar Londen. Net zoals Corelli, Geminiani en Castrucci echter behoorde ook SAMMARTINI tot de kennissenkring van Händel - hij was onder meer hoboïst/ fluitist in diens orkest - en ontwikkelde ook hij zich tot een bijzonder succesvol componist van orkestmuziek, al werd dit deel van zijn oeuvre pas na zijn dood echt populair. Tijdens de jaren 1770 en 1780 werden zijn concerto's en ouvertures te Londen zelfs vaker uitgevoerd dan bijvoorbeeld de concerti grossi van Corelli. Met uitzondering van het beroemde concerto voor sopraanblokfluit is de orkestrale muziek van SAMMARTINI tegenwoordig echter vrijwel onbekend en dit is bijzonder jammer voor een componist die zo een belangrijke stempel drukte op het Engelse muziekleven als overgangsfiguur tussen Barok en Klassiek en voor een oeuvre dat niet alleen buitengewoon gevarieerd is, maar bovendien door de 18de-eeuwse Engelse muziekcriticus Charles Burney reeds werd geprezen als zijnde »vol wetenschap, originaliteit en vuur«.
Voor dit programma maakten Les Muffatti een drastische keuze uit SAMMARTINIs talrijke concerti grossi voor strijkers, soloconcerto's voor hobo, blokfluit, traverso, orgel of klavecimbel, en ouvertures voor gemengd orkest.


Corelli transalpino

Op het programma
Werken van Georg MUFFAT
  Arcangelo CORELLI
  Johann Christoph PEZ
  Francesco GEMINIANI
  Pietro CASTRUCCI

Bezetting
Strijkers en basso continuo (17 musici).

Duur van het programma
Dit programma kan uitgevoerd worden in één of twee delen. De duur van het programma kan bepaald worden in samenspraak met de organisator.


Nog vóór het moment dat Arcangelo CORELLI (1653-1713) uitgroeide tot Italiës meest gegeerde vioolpedagoog, oogstte hij reeds internationale faam als de onbetwiste leider en organisator van alles wat te maken had met de uitvoering van ensemblemuziek voor strijkers in de stad Rome. Zijn naam werd daarbij steeds geassocieerd met het concerto grosso, een begrip dat in essentie duidde op een specifieke, typisch Romeinse instrumentatietechniek, waarbij een kleine kerngroep van solisten permanent werd afgewisseld met de voltallige strijkersgroep.
Georg MUFFAT (1653-1704) was in 1680 de allereerste niet-Italiaan die CORELLI te Rome ging opzoeken en hij was ook de eerste die vervolgens het concerto grosso ten Noorden van de Alpen introduceerde met de publicatie van zijn baanbrekende bundel Armonico Tributo (Salzburg, 1682). Enkele jaren later ging ook de Münchense componist Johann Christoph PEZ (1664-1716) een tijdlang bij CORELLI in de leer (1689-92) om daarna de nieuwe orkestratietechniek toe te passen in eigen werken, zoals de schitterende Concert Sonata in F. Het is overigens goed mogelijk dat PEZ in 1689 te Rome de uitvoering bijwoonde van Luliers oratorium Santa Beatrice d'Este, waarvoor CORELLI de inleidende Sinfonia schrijf, het vroegste orkestrale werk dat van hem bewaard bleef.
Het grote internationale succes van het nieuwe genre kwam er echter pas na de postume publicatie van CORELLIs eigen Concerti grossi Opus 6 in 1713. Dat Londen in de daarop volgende decennia uitgroeide tot het nieuwe centrum bij uitstek van het Romeinse Corelliaanse concerto grosso, had onder meer te maken met feit dat er in deze stad een aantal studenten van CORELLI werkzaam waren, met name Francesco GEMINIANI en Pietro CASTRUCCI, die de muziek van CORELLI vurig propageerden. GEMINIANI maakte daarbij zelfs tal van arrangementen voor orkest van CORELLIs kamermuziek, waaronder ook de beroemde variaties op La Follia. Zowel hij als CASTRUCCI schreven echter ook eigen concerti grossi die qua stijl niet alleen de invloed van hun leermeester verraden, maar tevens die van Georg Friederich Händel, die op dat moment de onbetwiste leider was van het Londense muziekleven.


Giovanni Battista PERGOLESI

Op het programma
Giovanni Battista PERGOLESI Vioolconcerto in Bes
  Cantate Orfeo voor sopraan, strijkers en basso continuo
  Stabat mater voor sopraan, alt, strijkers en basso continuo

Bezetting
2 zangers (S, A),
1 solo viool,
strijkers en basso continuo (14 musici).

Duur van het programma
90 minuten.


Dit programma is helemaal gewijd aan één van de weinige componisten uit de Barokperiode van wie werken tot op heden onafgebroken worden bewonderd en uitgevoerd. Giovanni Battista PERGOLESI (1706-1736), de componist in kwestie, vertoeft in dit opzicht in het selecte gezelschap van een Georg Friedrich Händel bijvoorbeeld; alleen, deze laatste werd wel bijna driemaal zou oud als PERGOLESI en componeerde ontelbaar keer meer muziekwerken dan zijn veel jongere Napolitaanse collega. Men kan zich dus alleen maar inbeelden wat de impact van PERGOLESI op de muziekgeschiedenis zou zijn geweest, indien de componist niet op 26-jarige leeftijd zou zijn overleden. De bijzonder hoge kwaliteit van PERGOLESI’s muzikale productie, bevat in een periode van nauwelijks zes jaar, grenst waarlijk aan het ongelofelijke voor een componist die naar het schijnt bovendien geplaagd was door fysische misvorming en door tuberculose, de ziekte die hem tenslotte fataal zou zijn. Hij werd tijdens de jaren 1720 opgeleid aan het Conservatorio dei Poveri di Gesù Cristo te Napels en verwierf daarna vooral faam als operacomponist. Hij speelde met name een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van de opera buffa. Ook in de geestelijke muziek echter vond PERGOLESI een geschikt werkterrein om zijn muzikaal genie ten volle tot ontplooiing te laten komen.
Van PERGOLESI worden tegenwoordig slechts een paar werken geregeld ten gehore gebracht. Deze werken, het Stabat mater, het Salve Regina en La serva padrona, zijn precies de composities waarmee PERGOLESI reeds meteen na zijn dood grote internationale faam verwierf en verkrijgen dus op die manier eigenlijk slechts de aandacht die hen toekomt. Toch valt het te betreuren dat daardoor de rest van zijn toch al met al kleine oeuvre wat minder belicht wordt. In het eerste deel van het voorliggende programma zetten Les Muffatti daarom een tweetal composities centraal die elk op hun manier representatief zijn voor twee minder bekende onderdelen van dit oeuvre.
Het briljante concerto voor viool in sib groot, één van de weinige instrumentale werken die überhaupt van hem bewaard bleven, herinnert ons aan het feit dat PERGOLESI op de eerste plaats als violist was opgeleid en tijdens zijn korte leven ook als vioolvirtuoos werd bewonderd. Gezien de hoge compositorische kwaliteit van dit concerto — het is ongetwijfeld één van zijn beste instrumentale werken — en de technische eisen die aan de solist worden gesteld, kan men zich goed voorstellen dat PERGOLESI wellicht zelf dit werk ooit heeft uitgevoerd en er grote successen mee boekte bij zijn adellijke  publiek. De twee snelle bewegingen zijn geschreven in de typisch Napolitaanse galante stijl van de ontluikende symfonie, terwijl de tweede beweging, een langzame siciliana, verwijst naar het pathos van de opera.

PERGOLESI schreef niet minder dan vijf operie serie, twee commedie musicali en drie komische intermezzo, waarvan alleen la serva padrona eeuwige roem zou verwerven. Daarnaast schreef hij echter ook tenminste vijf cantates voor één zangstem, strijkers en continuo en wellicht is het precies via dit genre dat we het makkelijkst in contact kunnen komen met het wereldlijke dramatische repertoire van een kunstenaar die, zoals eerder vermeld, tijdens zijn veel te korte carrière toch ook vooral als operacomponist bekendheid genoot. De cantate Nel chiuso centro — in sommige bronnen ook gekend onder de naam Orfeo wordt beschouwd als één van PERGOLESI’s laatste werken. Ze werd in 1736, het jaar van zijn overlijden, samen met drie andere cantates te Napels gepubliceerd. Met het eerste recitativo accompagnato worden we meteen ondergedompeld in het grote verdriet van de treurende Orpheus en de dreigende donkerte van de onderwereld. Twee aria’s en een recitatief later eindigt de cantate in de vastberadenheid van Orpheus om liever alle kwellingen van de onderwereld te ondergaan dan zijn geliefde Euridice te verlaten. Nel chiuso centro vormt dus als het ware een soort mini opera seria met tal van contrasterende affecten en technieken.
In de loop van de geschiedenis heeft het Stabat mater componisten herhaaldelijk geïnspireerd tot het schrijven van enkele van de meest ontroerende en beklijvende muziekwerken. Op zich is dit wellicht geen verrassing gezien het feit dat de hele tekst gebouwd is rond kernwoorden zoals pijn, tranen, zuchten, triestheid, vernietiging,  kwelling en dood. Hoe kan men overigens onverschillig blijven bij het lijden van een moeder die getuige is van de doodstrijd van haar zoon? De sequens, van Middeleeuwse oorsprong en verboden door het concilie van Trente (1545-1563) wegens een overdadige uitwerking voor gebruik in de liturgie, werd in 1727 door Paus Benedictus XIII terug in ere hersteld als vast onderdeel van de liturgie voor de Passietijd, meer bepaald op Goede Vrijdag. 
PERGOLESI’s zetting van het Stabat mater is zonder enige twijfel één van de meest beroemde: het is ook een bijzonder dramatische zetting, in matuur galante stijl, sierlijk en gedistingeerd en vol intensieve emotie. Het Stabat mater en het niet minder bekende Salve Regina vormen PERGOLESI’s allerlaatste meesterwerken, in enkele weken geconcipieerd binnen de muren van het franciscaner klooster van Pozzuoli, waar de componist uiteindelijk ook zou sterven.


Familie Bach
Suites, concerto's en symfonieën voor strijkers

Op het programma
Werken van Johann Sebastian BACH
  Carl Philipp Emanuel BACH
  Johann Bernhard BACH

Bezetting
Strijkers en basso continuo (18 musici).

Duur van het programma
Dit programma kan uitgevoerd worden in één of twee delen. De duur van het programma kan bepaald worden in samenspraak met de organisator.


Er is wellicht geen andere familie in de Westerse muziekgeschiedenis die zoveel uitmuntende musici en componisten tot zijn leden kan tellen als de familie Bach uit Thüringen in Centraal Duitsland. De Bachs waren muzikaal actief van het midden van de 16de eeuw tot ver in de tweede helft van de 19de eeuw. Er is dan ook dermate veel interessante Bach muziek voorhanden dat het ontwikkelen van een samenhangend concertprogramma waarin men literatuur van meer dan één lid van de familie aan bod wil laten komen, tot bijzonder moeilijke keuzes leidt. Met het voorliggende programma beperkten Les Muffatti zich tot composities voor strijkorkest van een drietal belangrijke »barokke Bachs«. Centraal staan, hoe kan het ook anders, enkele bekende orkestwerken van Johann Sebastian (1685-1750), hier gebracht in hun oorspronkelijke versie voor strijkers. Maar ook werk van Sebastians neef Johann Bernhard (1676-1749), wiens suites in vermischter Geschmackheel sterk aanleunen bij de muziek van Georg Philipp Telemann, komt in dit programma aan bod, alsook van Sebastians tweede zoon — en Telemanns petekind — Carl Philipp Emanuel (1714-1788), wiens symfonieën voor strijkers uit de vroege jaren 1770 zowat een inventaris vormen van alle gemoedschakeringen die tijdens deze periode van de Empfindsamkeit en de ontluikende Sturm und Drang in muziek konden worden weergegeven.


Antonio VIVALDI, Gloria e Imeneo

Op het programma
Antonio VIVALDI Gloria e Imeneo (Venetia, 1725)

Bezetting
2 zangers (S, A),
strijkers en basso continuo (17 musici).

Duur van het programma
65 minuten, zonder pauze.
Dit programma kan echter desgewenst ook uitgevoerd worden in twee delen, aangevuld met enkele instrumentale werken van VIVALDI.


Tijdens de jaren 1720 componeerde Antonio VIVALDI, toen reeds één van Italiës bekendste en meest gegeerde componisten, drie serenate ter ere van het Franse koningshuis. Eén ervan, in een zetting voor mezzosopraan, alt en strijkorkest, is het werk dat nu gekend staat onder de naam Gloria e Imeneo. De precieze titel — alsook de originele inleidende sinfonia — is echter niet gekend omdat het eerste katern in het oorspronkelijke manuscript ontbreekt. Wel is geweten dat Gloria e Imeneno besteld werd ter gelegenheid van het huwelijk van Lodewijk XV met de Poolse prinses Maria Leszczynska en uitgevoerd werd op de avond van 12 September 1725 in de tuin van de Franse ambassade te Venetië. Zoals dit bij de meeste serenate destijds het geval was, is ook hier niet echt sprake van een echt plot. De twee protagonisten, met name Hymen, de God van het huwelijk en Gloria, de personificatie van de eeuwige roem, wedijveren slechts in het bejubelen van de briljante en nu dus verzekerde toekomst van de Franse monarchie en in het toesturen van gelukwensen, in de meest bloemrijke bewoordingen, aan het jonge koninklijke koppel.
Het toch wel duidelijke gemis aan dramatische inhoud in het libretto van Gloria e Imeneo wordt ruimschoots gecompenseerd door de bijzonder hoge kwaliteit van de muziek. We hebben hier namelijk te maken met VIVALDI op zijn allerbest: zo wisselen in de aria's virtuositeit, elegantie, ontroering en dramatische zeggingskracht met elkaar af zoals dit enkel in zijn sterkste opera's het geval is. Enkele aria's krijgen zelfs zonder meer het allure van heuse meezingers, zoals de onvergetelijke melodieën uit zijn bekendste concerti. De recitatieven daarentegen zijn kort en pittig en leiden geenszins de aandacht af van wat voor VIVALDI en zijn Franse sponsoren hier duidelijk de hoofdbedoeling was: een dik uur lang genieten van zalige, spetterende en meeslepende Barokmuziek.



 
   
Laatst gewijzigd: 01.06.10
Webmaster: la clef asbl - www.la-clef.be